Het inademen van vrijgekomen asbestdeeltjes kan levensgevaarlijk zijn. Als het vermoeden bestaat dat een bouwwerk of asbest bevat, is het dan ook niet verstandig om hiermee zelf aan de slag te gaan. Asbest onveilig verwijderen is gevaarlijker dan het gewoon laten zitten. Het is bovendien verboden en kan een boete opleveren.

Een asbestinventarisatie is verplicht voorafgaand aan sloop of verbouwing van gebouwen van vóór 1994 of als het vermoeden bestaat dat asbest aanwezig is. Inventarisatie kan ook onderdeel zijn van een RI&E in het kader van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Gecertificeerd inventarisatiebedrijf
Bij een asbestinventarisatie worden monsters genomen van materiaal waarvan het vermoeden bestaat dat het asbest bevat. Dat gebeurt door een deskundig inventariseerder asbest (DIA) van een gespecialiseerd inventarisatiebedrijf dat werkt volgens het geldende certificatieschema van de overheid. Die monsters worden in een geaccrediteerd laboratorium (of in geval van een calamiteit: op locatie) geanalyseerd. Daarbij wordt vaak gebruik gemaakt van een rasterelektronenmicroscoop (scanning electron microscope (SEM)) waarmee de minuscule asbestdeeltjes zichtbaar gemaakt kunnen worden.

Inventarisatierapport asbest
De analyse van de resultaten van de asbestinventarisatie levert een rapport op met alle informatie die relevant is voor de verwijdering (ook wel ‘sanering’ genoemd) van het aangetroffen asbest. Denk daarbij aan de hoeveelheid, de risicoklasse, beeldmateriaal (foto’s en plattegronden) en een advies over hoe er gesaneerd moet worden als dat nodig is. De kosten van een asbestinventarisatie en een asbestinventarisatierapport door een gecertificeerde inventariseerder zijn afhankelijk van factoren als oppervlak en situatie ter plekke en verschillen dus per geval.