Asbest is de verzamelnaam van een aantal delfstoffen die verwerkt kunnen worden tot (bouw)materialen die al duizenden jaren bekend staan om hun sterkte, isolerend vermogen en brandwerendheid. Asbest is echter ook levensgevaarlijk. Het inademen van asbestvezels kan leiden tot een aantal ziektes die alleen al in Nederland jaarlijks meer dan duizend dodelijke slachtoffers eisen.

Het woord asbest komt van het Griekse ‘asbestos’, dat ‘onverwoestbaar’ betekent. De oude Egyptenaren gebruikten al asbest om hun farao’s te balsemen en over Karel de Grote gaat het verhaal dat hij tijdens diners een van asbest gemaakt tafelkleed in het vuur gooide om vervolgens bij zijn gasten te pronken met dit unieke, vuurvaste textiel.

Wondermiddel
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd asbest grootschalig geproduceerd en werd het ‘wondermiddel’ massaal gebruikt als isolatiemateriaal in de industrie en woningbouw. Hoewel al sinds begin jaren ‘30 bekend is dat asbest grote gezondheidsrisico’s met zich meebrengt, werd het nog tot eind jaren ’80 veel gebruikt in de bouw.

Soorten asbest
Asbestvezels kunnen worden ingedeeld in twee hoofdgroepen, amfibolen en serpentijnen. Tot de serpentijnen behoort chrysotiel, dat vaak werd toegepast in cementgebonden producten. Ongeveer 90 procent van het in Nederland verwerkte asbest bestaat uit chrysotiel.

Hoewel alle asbestsoorten schadelijk voor de gezondheid kunnen zijn, is chrysotiel minder gevaarlijk dan asbestsoorten uit de eerste hoofdgroep, de amfibolen. Hiertoe behoren onder meer amosiet en crocidoliet, die bekendstaan als de gevaarlijkste asbestsoorten.